Al surfend en klikkend kwam ik bij toeval de digitale versie tegen van Maria Timiaan uit Middelburg. Ik las dat ze had gewerkt als mosselsorteerder en toetsenist bij de metalband Cassiopeia om uiteindelijk in de museumsector terecht te komen, dat ze een obsessie heeft voor lezen en houdt van whisk(e)y en wijn, beeldende kunst, meditatie, fitness en lange wandelingen in verre landen.
Voornamelijk door herkenning van haar obsessie en voorkeuren, las ik door. En zo kwam ik te weten dat ze o.a. gedichten en korte verhalen schrijft met als thema reizen, de dood, mythologie, vervreemding en zoeken naar een thuis, met zwarte humor en een hang naar het absurde. Nu werd ik echt nieuwsgierig en ben ik haar gedichten gaan lezen.
Eentje ervan wil ik u, waarschijnlijk ook een bibliotheekbezoeker, niet onthouden omdat u zich er wellicht in herkent. Het is een grafschrift voor een veellezer:
Epitaaf
Volg het bloedspoor in mijn bibliotheek
vanaf de afdeling “veel te zware boeken”
langs de plank verplichte meesterwerken
stellingen gebogen door schatkisten en wereldwonderen
de trap af naar beneden
voorbij de snurkende dame van de uitleenbalie
naar buiten, naar de zon en dat hebberige moment
“‘voor even zijn ze nu van mij!”
En na 100 roodbespatte stappen lig ik daar
dood onder een boom, met een afgebroken arm
hij scheurde eigenlijk al op de eerste verdieping
langzaam bij de naden los.
Toch probeerde ik mijn buit naar huis te krijgen
die extra pocket maakte mijn boekentas tot lood
schouderwond, spuitend leeggebloed, een episch
einde van een gretig verlezen leven.
In de Zeeuwse bibliotheken in nauwelijks iets van haar werk terug te vinden maar ze heeft wel een blogboek en geeft zelfs leestips. Die laatste ga ik eens uitproberen. Verrassende resultaten zal ik u melden.


