Bieb Blog Vlissingen

Bibliotheekmedewerkers aan het woord

Twaalf ambachten, dertien ongelukken?

Gepubliceerd door Ron op 02/09/2010

Schrijven als ambachtBij ons thuis loop je nogal snel tegen rondslingerende tijdschriften en andere lectuur aan. Als je dan zo’n tijdschrift opraapt en inziet levert dat zo af en toe onverwachte weetjes op.

Chocola
Ik mag graag heimelijk bladeren door een magazine als ‘Flow’, een blad voor vrouwen ‘met een druk leven en die niet veel klagen’. Als je het leest, schijn je het gevoel te krijgen dat je een lekker stuk chocolade eet. Helaas behoor ik niet tot de doelgroep, want ik hou wel van een goed stuk chocola!

Lijstje
Deze week ontdekte ik in een ‘Flow’ het curieuze lijstje getiteld ‘Wat beroemde Nederlandstalige schrijvers en dichters eerst deden’. Dat levert weer aardige inzichten op en ik kon de neiging om deze lijst aan te vullen niet onderdrukken:

Arnon Grunberg – onder meer jongste bediende bij een apotheek en bordenwasser
Arthur Japin – soap-acteur (o.a. bijrollen in ‘Flodder’en ‘Onderweg naar morgen’)
Remco Campert – schreef reclameteksten
Hella Haasse – toneelactrice en schrijfster van cabaretteksten
Tommy Wieringa – onder meer aanstekerverkoper op de markt en lokettist bij de NS
W.F. Hermans – lector in de fysische geografie
Tessa de Loo – lerares Nederlands
Charlotte Mutsaers – docente aan de kunstacademie
Cees Nooteboom - enkele kantoorbaantjes, onder andere bij de Rotterdamsche bank in Hilversum
Eduard Douwes Dekker (Multatuli) – ambtenaar in Nederlands-Indië
Gerard Reve – allerlei baantjes, waaronder rechtbankverslaggever voor ‘Het Parool’
Bob den Uyl – jazztrompettist en allerlei kantoorbaantje
Esther Verhoef – maakte teksten en foto’s voor vijftig informatieve boeken over huisdieren
J. Slauerhoff – scheepsarts
Albert Cornelis (Appie) Baantjer - rechercheur aan de Warmoesstraat in Amsterdam
Maarten ’t Hart - gedragsbioloog
J.C. Bloem – gemeentesecretaris
Jan Wolkers – dierenverzorger in een universiteitslaboratorium en tuinman
Nescio – directeur van de Holland-Bombay Trading Company
Hugo Claus – boekillustrator en schilder van landschapjes en gevels
Aagje Deken – had een handeltje in koffie en thee
René Appel - NRC-recensent voor misdaadliteratuur en bijzonder hoogleraar ‘Verwerving en didactiek van het Nederlands als tweede taal’ verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
Neeltje Maria Min - huishoudster

U kunt dit lijstje vast wel uitbreiden met andere schrijvers die een mooie, interessante of misschien wel obscure loopbaan achter de rug hebben.

Bibliothecaresse
Zou er voor welwillende en creatieve bibliothecarissen ook een mooi schrijverschap in het verschiet liggen? Wat zijn de mogelijkheden om in de voetsporen van Annie M.G. Schmidt te treden? Na een baantje als au pair in Hannover was ze immers ook nog bibliothecaresse in Vlissingen en Amsterdam.

Casanova
Annie M.G. Schmidt heeft haar bibliotheekverleden gemeen met schrijvers als Jorge Luis Borges en Giacomo Casanova. Casanova was overigens een echte duizendpoot, die opereerde als soldaat en priester, als violist en loterijdirecteur, en oplichter. In 1785 werd hij zelfs bibliothecaris van graaf Josef Karl Emanuel von Waldstein-Wartenberg op het kasteel Dux in de Bohemen, waar hij zijn ‘memoires’ schreef.

Glamoureus
Mocht u door de economische recessie onverhoopt zonder baan komen te zitten, dan kunt u altijd nog een carrière als schrijver overwegen. Velen zijn u voorgegaan en niet de minsten, zoals de lijst hierboven toont. Bovendien wordt het schrijverschap steeds meer een glamoureuze broodwinning. Uit een Brits onderzoek blijkt namelijk dat de Britten ‘schrijver’ als het beroep zien dat ze verkiezen boven alle andere. Uitgevers kunnen hun borst dus nat maken!

Sefardische klanken uit de Diaspora

Gepubliceerd door Ron op 05/08/2010

Rozeneiland / Sanne TerlouwSanne Terlouw (filmpje) zal het me vast niet kwalijk nemen als ik haar historische roman ´Het Rozeneiland´ uit 2008 als een opstapje gebruik voor een kleine muzikale uitweiding.

Haar boek is een moedige maar niet geheel geslaagde poging om vijf eeuwen joodse geschiedenis samen te ballen in een boek van ruim 300 bladzijden, in het verhaal van één familie. Deels documentair, deels geromantiseerd, geeft zij een goed beeld van de eindeloze omzwervingen die de joden gemaakt hebben en de vele gruwelijkheden waar zij telkens opnieuw weer het slachtoffer van werden.

Omzwervingen
Terlouw begint haar verhaal in het Spanje van de 15e eeuw. Jitschak en Judita Amram leven in Toledo met hun twee kinderen een welgesteld leven, totdat de inquisitie daar in 1492 een abrupt einde aan maakt. Judita en haar zoon Jochanan weten te ontvluchten en komen in het Arabische Algiers terecht, waar ze een nieuw bestaan opbouwen. Als het leven ook hier te gevaarlijk wordt, stuurt Jochanan zijn zoon om veiligheidsredenen met een Arabische karavaan mee richting Mekka. Via Tunis strandt de jongen bij toeval op Rhodos, waar een joodse enclave groeit en bloeit.

Rhodeslies
Oorspronkelijk bestond deze joodse gemeenschap op Rhodos uit zogenaamde Balkanjoden (Romaniot). Na de uitdrijving uit Spanje kwamen er steeds meer en meer Sefardim ( Spaanse joden) wonen, en de gemeenschap is uiteindelijk helemaal Sefardisch geworden. Deze Sefardische joden van Rhodos worden de  Rhodeslies genoemd.

Op Rhodos leven de generaties Amram eeuwenlang in redelijke welvaart, al wordt hen ook hier vervolging  niet bespaard. Maar de Tweede Wereldoorlog maakt definitief een einde aan de joodse gemeenschap op wat van oudsher het ‘Rozeneiland’ genoemd wordt. In 1944 zijn bijna alle Rhodeslies naar Auschwitz gedeporteerd. Tweeënveertig joden zijn gered door een bijzondere ingreep van de Turkse consul op Rhodos, de enige moslim die ooit de Yad Vashem onderscheiding heeft gekregen. Slechts een van de Amrams weet uiteindelijk Palestina te bereiken.

Messiassen
Heel apart is overigens dat de schrijfster elk hoofdstuk begint met een korte levensbeschrijving van een van de tientallen messiassen, zelfbenoemd of door hun omgeving als zodanig verheven. Nummer zes in het rijtje van de vijftien messiassen is Jehoshua van Nazareth, beter bekend als Jezus Christus. Het is angstaanjagend je te realiseren dat al die andere messiassen inmiddels zo goed als vergeten zijn, terwijl het geloof in die ene al twintig eeuwen lang miljoenen mensen het idee geeft dat zij joden mogen vervolgen op de gruwelijke wijze die in dit boek beschreven wordt.

Knagend gevoel
Hoewel deze familiegeschiedenis erg interessant en goed gedocumenteerd is, knaagt er ook iets. Als je meer verdieping verwacht blijf je toch wel een beetje op je honger zitten, het is allemaal wat oppervlakkig en vooral de personages komen niet helemaal uit de verf. Meer details over dit boek zijn te vinden in de besprekingen op Recensieweb en het Reformatorisch Dagblad.

OverleveringSefardische afbeelding
´Het Rozeneiland´ toont een (familie)geschiedenis en cultuur die van generatie op generatie wordt doorgegeven en in de karakters en poriën van mensen kan gaan zitten. In geval van de Amrams speelt muziek daarbij een grote rol, zoals bij veel Sefardische joden. Deze vormden vaak tamelijk gesloten gemeenschappen en behielden eeuwenlang hun oude tradities, maar absorbeerden toch ook elementen van de verschillende culturen van de landen waar ze zich hadden gevestigd. In hun muziek zijn dan ook sporen te vinden van zowel de Europese Middeleeuwen als van de Byzantijnse en Arabisch-Perzische traditie.

Sefardische muziek
Zoals in Oost-Europa de meer bekende klezmer ontstaan is uit het samengaan van de oorspronkelijke muziek van de Ashkenazische Joden met lokale muziek, zo ontstond in het middeleeuwse Spanje en Portugal de Sefardische muziek. Het gaat om de muziek van de joden, die op het Iberische schiereiland woonden en in 1492 op grond van religieuze motieven door de katholieke koning verdreven werden. Ze vestigden zich in de landen rond de Middellandse Zee, o.a. Noord-Afrika (de Maghreb), Turkije, Griekenland en Bosnië-Herzegovina, delen van het Ottomaanse rijk waar ze nog steeds welkom waren.

Zij namen hun muziek en hun huis-sleutel mee,  ‘La Yave’,  lange tijd het symbool voor eventuele terugkeer: ‘je wist maar nooit’. Deze terugkeer kwam er uiteindelijk nooit en de muziek van de gedwongen emigranten mengde zich met de muziek van ‘het nieuwe thuisland’.

Ladino
De taal waarin de liederen werd opgeschreven is het ‘Ladino’, oud Castiliaans vermengd met Hebreeuws. Deze taal werd ook vermengd met woorden uit het ‘nieuwe’ land. Er ontstonden Ladino liederen met Turkse, Arabische, Portugese, of Franse woorden, al naar gelang het land waarheen de Sefarden waren gevlucht. De Sefardische liederen gaan over allerhande facetten van het (joodse) leven. Er zijn geboorte-&wiegeliederen, bruiloftsliederen, liefdesliederen, wereldse en religieuze liederen, klaagliederen etc.

Verschillende vertolkers van Sefardische muziek hebben een nieuw, eigen geluid ontwikkeld, zij tillen de muziek naar de 21ste eeuw. Benieuwd naar deze muziek? Beluister dan de speciale uitzending van WereldMuze (Concertzender).

Hieronder nog enkele Sefardische aanraders:

Darwinistische familiedrama’s

Gepubliceerd door Ron op 19/07/2010

Affiche CreationIn de vakantietijd gaat alles anders, ook in de bibliotheek. De taken verschuiven en zo af en toe komt er iets op je pad dat zich buiten je dagelijkse pakketje bevindt. Zo kreeg ik afgelopen twee weken de ‘aanschaf’ in de schoot geworpen, zodat de continue stroom aan nieuwe boeken en films niet zou opdrogen. Tijdens het doorworstelen van de ruim 300 titels in het informatieve en audiovisuele aanbod kwam ik een film tegen waarbij ik om verschillende redenen even stil wil staan.

Vorig jaar september zag ik tijdens Film by the Sea de biopic Creation, onderdeel van de stortvloed aan ‘Darwinia’ in 2009. Want in het Darwinjaar draaiden de machines van de ‘Darwin-industrie’ nog op volle toeren, daar was geen ontkomen aan.

Privéleven
De evolutietheorie van Charles Darwin (1809-1882) kennen we dus allemaal, in meer of mindere mate. Maar wie was de man achter het boek ‘The Origin of Species’ (Het ontstaan der soorten) dat in 1859 de wereld op zijn kop zette? Op die vraag probeert de Britse regisseur Jon Amiel (The singing detective) in dit sterk geromantiseerde drama antwoord te geven. We leren Darwin kennen aan de hand van zijn relaties met zijn echtgenote en dochter. De focus ligt op het privéleven van de natuuronderzoeker. Ondanks zijn baanbrekende vondsten, komt in deze film een beeld naar voren van een twijfelende, onzekere man. Die bang is om zijn ontdekkingen met het publiek te delen.

Crisis
In ‘t kort: ‘Creation’ legt de nadruk op het tragische gezinsleven van de wetenschapper, zoals beschreven in het boek ‘Annie’s Box’ (Darwins dochter) van de hand van Randal Keynes, de achter-achterkleinzoon van Darwin. Als Darwins tienjarige dochtertje Annie overlijdt, voedt deze gebeurtenis zijn wantrouwen tegen God. Zowel lichamelijk als geestelijk komt hij in een neerwaartse spiraal terecht. Zijn relatie met zijn diepgelovige vrouw Emma staat onder druk. Uiteindelijk hervindt hij zijn balans en schrijft zijn baanbrekende boek.

Rouwverwerking
De film balanceert op het randje van melodrama en is daarom zeer gemengd ontvangen. Nu.nl heeft het over een overbodige film. De NRC vindt het een half geslaagde poging psychodrama te combineren met de evolutietheorie: de evolutietheorie wordt hier rouwverwerking. Het AD heeft het over een intiem familieportret van Charles Darwin en ‘een prachtig, gelaagd drama dat iedereen met een beetje liefde voor wetenschap zal interesseren’. Volgens De Volkskrant komt in dit ‘een tikje te sentimenteel familiedrama de evolutie er wel erg bekaaid af’. Ik vond het vooral een onderhoudende en sympathieke film (met zeer fraai aangeklede scènes), die een andere kijk geeft op de persoon Darwin.

AlakalufVuurlandse indianen
Een paar scènes met de indianen van Vuurland deden me direct denken aan het obscure boekje ‘Wie kent de mensen nog’ door Jean Raspail, een aangrijpend verhaal over de ondergang van het inheemse volk de Alakaluf. De Alakaluf en Yámana (ook wel Yaghan) waren nomadische indianenstammen die zich bijna naakt in deze contreien in leven hielden. Eeuwenlang flakkerden de vuurtjes van deze zeenomaden langs de kusten van Vuurland, een woest en bergachtig gebied. Ook in hun beste jaren zullen er nooit meer dan een paar duizend indianen zijn geweest. Schaaldieren, zeehonden en vogels stonden geregeld op hun menu. Ze smeerden hun lichaam in met dikke lagen zeehondenvet om zich tegen de kou te beschermen. Indianen wonen er niet meer in dit onherbergzame gebied. In relatief korte tijd na hun eerste contacten met Europeanen kwamen de indianen om door ziektes en doordat hun levensstijl niet te combineren was met een groeiende kolonisatie van het gebied.

Inburgeringscursus
Een van die Europeanen was de kapitein van de Beagle, Robert Fitzroy, die op eerdere wereldreis vier Vuurlandse indianen mee naar Engeland had genomen om hen te ‘beschaven’. Keurig gekleed en redelijk goed Engels sprekend bracht hij drie van hen op de reis met Darwin weer terug. Terug bij hun stam hadden zij de schone taak toebedeeld gekregen om de andere ‘wilden’ de christelijke normen en waarden bij te brengen. Binnen de kortste keren hadden de heropgevoede indianen hun oude levensstijl weer opgevat, van Fitzroy’s plan was niets terechtgekomen. Jemmy Button was een van de Yamana indianen die de inburgeringscursus in Engeland voltooide. De Argentijnse Sylvia Iparraguirre schreef een fascinerende historische roman over zijn levensverhaal.

Afschuwelijk geschreeuw
Darwin was vrij minachtend over de oorspronkelijke bevolking van Vuurland, ze kwamen bij hem over als ‘erbarmelijke wilden’. Hij beweerde dat de indianen die er woonden weinig kennis hadden. Thomas Bridges die zijn hele leven bij de indianen heeft gewoond, had daar een heel andere mening over. Volgens hem hadden de indianen heel veel kennis van de natuurlijke omgeving en hun religie die uit vele legendes bestond. Bridges probeerde de taal van de Yamana, die Darwin ‘Hideous Yells’ noemde, te doorgronden. Hij kwam uiteindelijk tot een kleine 32.000 tekens voor werkwoorden als ‘roeien met de boot in slecht weer om walvis te harpoenen terwijl het vuur in de boot van boomschors maar niet wil branden omdat je vrouw weer eens de verkeerde stronken heeft meegegeven’.

Zo had Darwin het dus ook weleens bij het verkeerde eind! Meer over deze episode is te bekijken in deel 14 van het VPRO programma ‘Beagle, in het kielzog van Darwin’. En binnenkort kunt u ook de dvd ‘Creation’ bij ons lenen.

De openbare leeszaal anno 1916

Gepubliceerd door Ron op 08/07/2010

De Bibliothecaris van Guiseppe ArcimboldoRegelmatig wordt in dit blog geschreven over het stoffige imago van de bibliotheek. Maar is dit altijd zo geweest? Was dit ook zo aan het begin van de vorige eeuw toen de openbare leeszaal nog ‘modern’ was?

De openbare leeszaal Vlissingen werd 27 januari 1913 geopend. Hoe dacht men destijds over de leeszaal en haar boekenhoeders? Hoe de beeldvorming bij de Vlissingse burger was is mij onbekend. Het verhaal ‘De openbare leeszaal’ uit 1916 van de onvolprezen joods-Russische schrijver Isaak Babel (1894-1940) uit Odessa laat daarover echter geen misverstanden bestaan.

Het scherpe oog van Babel registreerde het zo:

Dat dit het rijk van het Boek is voel je ogenblikkelijk aan. Iedereen die in dienst van een bibliotheek staat, is in aanraking met het Boek geweest, met het spiegelbeeld van het leven en hij is zelf min of meer tot een spiegelbeeld van een echt en levend mens geworden.

Zelfs de bedienden in de garderobe zijn geheimzinnig stille wezens vol bespiegelende rust, ze zijn niet blond en niet bruin, maar in een tussenkleur.

Best mogelijk dat zij thuis op zaterdagen brandspiritus drinken en hun vrouwen lang achter elkaar afrossen, maar in de bibliotheek eten ze uit de hand, ze vallen niet op en hebben een tussen licht en donker zwevend, versluierd karakter.

In de leeszaal heb je met hoger gekwalificeerd personeel te maken: de bibliothecarissen. Sommige van hen - de ‘opvallenden’- onderscheiden zich door een een duidelijk aan de dag tredend lichamelijk gebrek: kromgetrokken vingers of een scheefgegroeid hoofd. Ze gaan slecht gekleed, zijn zo mager als een lat en wekken de indruk dat zij fanatiek een idee zijn toegedaan, dat aan de rest van de wereld onbekend is gebleven.

Uit: Alle verhalen / Isaak Babel

Ok, Babel bezocht natuurlijk niet de leeszaal in Vlissingen, maar het is wel een mooie (enigszins karikaturale) weergave. Volgens mij valt het met ons huidige imago dus best mee en is het sinds Babels bezoek aan de leeszaal in kwestie toch wel gestaag verbeterd. Misschien geen schokkende vooruitgang, maar een kleine troost is het wel. Ik ben erg benieuwd hoe het gesteld zal zijn met beeldvorming in 2113, wanneer we ons 200-jarig jubileum vieren. Zeker is het dat we dan de bibliotheek met én door andere ogen (of bril) zullen bekijken! 

Isaak Babel werd overigens in 1926 beroemd met zijn verhalenbundel ‘Rode Ruiterij’. Toen hij in 1939 werd gearresteerd kreeg zijn lot wel een erg abrupte wending. Hij verdween compleet van de aardbodem, van hem is slechts zijn bril teruggevonden. Zijn gedachten en geschriften zijn gelukkig wel vastgelegd, en hoeven dankzij de leeszaal niet ‘voor de rest van de wereld onbekend te blijven’.

Nooit gehoord van Isaak Babel? De bekende schrijver Tommy Wieringa is een grote bewonderaar van Babel, kijk maar eens naar zijn gesprek met Matthijs van Nieuwkerk in DWDD.

Hoe neemt u een strafschop?

Gepubliceerd door Ron op 16/06/2010

Hoedoe.nlVoor sommige lieden kan het in deze tijden zeer nuttig zijn te weten of  ‘t  ie op het  moment suprême nu beter laag of hoog in het doel geknald moet worden.

Voor anderen onder ons zijn weer heel andere weetjes van belang. Hoe kweek ik zelfdiscipline? Hoe doe ik de zonnegroet? Hoe word ik rijk? Hoe maak ik een biobatterij? Dat zijn een paar voorbeelden van de ongeveer 500 vragen waarop Hoedoe.nl antwoord geeft. Dit onder het motto: ‘Hoedoe.nl legt uit hoe je het doet!’

Kennisdelen met Hoedoe.nl
Hoedoe.nl is een website van de makers van Leren.nl. Uitgaand van de volgende filosofie: ’soms wil je iets leren, soms wil je alleen iets doen en soms leer je door iets te doen’, vullen deze sites elkaar naadloos aan. Hoedoe.nl is niet alleen leerzaam, maar bij tijden ook vermakelijk. De website richt zich op korte, beknopte instructies voor alledaagse (en soms minder alledaagse) handelingen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op benodigdheden, stappen, do’s, don’ts, bronnen (bijv. boeken) en nadere uitleg (websites).

Het idee achter Hoedoe.nl is niet nieuw. In de loop van de jaren hebben al veel vergelijkbare websites als wikiHow (hiervan is ook Nederlandse versie) en het bekende How Stuff Works het levenslicht gezien. Het opnemen van filmpjes zou Hoedoe.nl zeker een meerwaarde geven, want sommige instructies kunnen soms veel beter met video’s worden uitgelegd. Zo zijn op VideoJug video’s te vinden waarin recepten worden voorgedaan, video’s over klusjes in en om het huis, video’s over het maken van espresso, etc.

Experts
De eerste reeks ‘hoedoes’ werd geschreven door professionele schrijvers met medewerking van experts. Maar iedereen kan ook zelf artikelen publiceren. Met een paar eenvoudige stappen maak je je eigen hoedoe. In ruil voor de schrijfinspanning biedt Hoedoe.nl vrijwilligers een platform om zich als expert te profileren.

Mocht de ‘hoedoe’ van wat u net wilde weten niet op Hoedoe.nl staan, of wegens oppervlakkigheid of gebrek aan niveau niet aan uw wensen voldoen, denk dan ook eens aan de bibliotheek.  In veel boeken en tijdschriftartikelen zitten namelijk veel van dergelijke ‘hoedoes’ (tips) verborgen.

Strafschoptips
Wat de denken van ‘De strafschop‘ door Gyuri Vergouw? Op basis van wetenschappelijk onderzoek, interviews, vakliteratuur en statistische gegevens zijn in in dit boek praktische tips voor spelers, keepers en coaches geformuleerd. Verplichte ‘onder mijn hoofdkussen’-literatuur voor sommige lieden, want strafschoppen nemen blijkt zeker geen loterij.  Of zou de hoedoe ‘hoe neem ik een strafschop’ toch voldoen?

Adopteer een woord

Gepubliceerd door Ron op 14/05/2010

GrienenAls kind was ik al liefhebber van historische jeugdboeken. Tussen de spannende avonturen door stuitte ik dan op allerlei mysterieuze woorden, die ik nog niet kende. Zo las ik  in ‘De scheepsjongens van Bontekoe‘: “Arme Peter Hajo! Hij had wel kunnen grienen”.

“Mam, wat is grienen?” Als antwoord kreeg ik: “dat is een ander woord voor huilen”. “Waarom staat er dan geen huilen?”, vroeg ik. “Omdat het een stoffig boek is met hele oude woorden!”, kreeg ik dan te horen.

Taal heeft zo zijn eigen dynamiek. Continu worden nieuwe woorden uitgevonden: ontvrienden, knorrepos, foutspotter, opfluffen, ontgoogelen, patsmobiel, etc. Vaak zijn ze geen lang leven beschoren en verdwijnen ze uit het dagelijkse taalgebruik. Meestal hoeven we daar niet echt treurig om te zij, maar soms is erg jammer.

Is het niet doodzonde dat prachtige woorden als ‘grienen’, ‘minnekozen’ en weifelmoed’ op zolder zijn beland, samen met ‘weerlicht’ en ‘liederlijk’? Het Nederlandsch Genootschap ter bevordering van het Belegen Woord probeert ze er op ludieke wijze weer vanaf te halen. Op hun site www.belegenwoorden.nl kun je een antiek woord redden door het te adopteren.

Want wees eerlijk zulke mooi woorden als ’schreien’ en ‘wenen’ willen we toch nooit meer missen.

Vook: het nieuwe digitale lezen

Gepubliceerd door Ron op 30/04/2010

De uitvinding van Hugo CabretDat het beeldverhaal zich niet alleen beperkt tot strips wist ik wel. De grenzen zijn voortdurend aan het verschuiven. Laatst stuitte ik op het wonderlijke jeugdboek ‘De uitvinding van Hugo Cabret’ van Brian Selznick.

Het is niet meteen duidelijk wat je nu juist in handen hebt. Is het een jeugdroman,  een prentenboek , een graphic novel of een stomme film in boekvorm? Volgens VPRO Boeken is het boek vooral ‘Ouderwets opwindend’.

Tijdens het samenstellen van een themadossier over e-books en e-reading voor de proeverij van afgelopen dinsdag, moest ik onweerstaanbaar aan dit zeer filmische boek van Selznick denken.

Boek + Video = Vook
Wat was nu het geval? Op een gegeven moment leidde mijn zoektocht naar een innovatieve e-book toepassing. Het betreft een totaal nieuw concept voor het boek:  géén boek, géén video, maar een vook! Op een vook (zie filmpje) vullen beelden en verhaal elkaar naadloos aan, een ware mix van tekst , multimedia, internetlinks en sociale media. Je kunt hierin dus niet alleen tekst lezen, maar ook videobestanden kijken en contact leggen met de auteur.

Treasure IslandTreasure Island, tekening N.C. Wyeth
In oktober 2009 verschenen de eerste vooks op de markt. Op Vook.com zijn voorbeelden te zien hoe het multimediaboek of hybride e-boek eruit kunnen zien. Leuk om daartussen ook een ander ouderwetse opwindende jeugdklassieker als ‘Treasure Island‘ van Robert Louis Stevenson te ontdekken (dat overigens ook als rechtenvrij e-book is te downloaden).  Er zijn ook vook-versies van ‘Alice’s Adventures in Wonderland’, ‘Jungle Book’ en ‘The Wonderful Wizard of Oz’. Vook geeft deze oude (kinder)boeken een nieuw leven. Geen vervanging voor het gedrukte boek, maar wel een geheel andere leesbeleving.

Concurrentie
De iPhone, iPad en andere tablet-achtige pc’s zijn de ideale apparaten om dit soort boeken te lezen. Flinke concurrentie dus voor de Kindle en andere e-readers, want deze readers kunnen nog geen kleuren en bewegende beelden kunnen tonen. Naast kinderboeken zijn vooks volgens mij vooral toepasbaar bij informatieve (educatieve en wetenschappelijke) boeken, tekstuitleg vergezeld van video-instructie.

Digitaal lezen
Van kleitablet tot iPad, de dimensies van het lezen verschuiven voortdurend. Vooks geven je  een goed idee van wat er in de toekomst allemaal mogelijk is, op het gebied van digitaal lezen en integratie van andere media. Een mooi verhaal hoeft niet (alleen) uit letters te bestaan, maar kan ook een multimediaverhaal zijn.

Hugo Cabret zal worden verfilmd, maar ik ben eigenlijk ook wel benieuwd naar de ‘vervooking’ van dit bijzondere beeldverhaal.

Older Posts »