Bij ons thuis loop je nogal snel tegen rondslingerende tijdschriften en andere lectuur aan. Als je dan zo’n tijdschrift opraapt en inziet levert dat zo af en toe onverwachte weetjes op.
Chocola
Ik mag graag heimelijk bladeren door een magazine als ‘Flow’, een blad voor vrouwen ‘met een druk leven en die niet veel klagen’. Als je het leest, schijn je het gevoel te krijgen dat je een lekker stuk chocolade eet. Helaas behoor ik niet tot de doelgroep, want ik hou wel van een goed stuk chocola!
Lijstje
Deze week ontdekte ik in een ‘Flow’ het curieuze lijstje getiteld ‘Wat beroemde Nederlandstalige schrijvers en dichters eerst deden’. Dat levert weer aardige inzichten op en ik kon de neiging om deze lijst aan te vullen niet onderdrukken:
Arnon Grunberg – onder meer jongste bediende bij een apotheek en bordenwasser
Arthur Japin – soap-acteur (o.a. bijrollen in ‘Flodder’en ‘Onderweg naar morgen’)
Remco Campert – schreef reclameteksten
Hella Haasse – toneelactrice en schrijfster van cabaretteksten
Tommy Wieringa – onder meer aanstekerverkoper op de markt en lokettist bij de NS
W.F. Hermans – lector in de fysische geografie
Tessa de Loo – lerares Nederlands
Charlotte Mutsaers – docente aan de kunstacademie
Cees Nooteboom - enkele kantoorbaantjes, onder andere bij de Rotterdamsche bank in Hilversum
Eduard Douwes Dekker (Multatuli) – ambtenaar in Nederlands-Indië
Gerard Reve – allerlei baantjes, waaronder rechtbankverslaggever voor ‘Het Parool’
Bob den Uyl – jazztrompettist en allerlei kantoorbaantje
Esther Verhoef – maakte teksten en foto’s voor vijftig informatieve boeken over huisdieren
J. Slauerhoff – scheepsarts
Albert Cornelis (Appie) Baantjer - rechercheur aan de Warmoesstraat in Amsterdam
Maarten ’t Hart - gedragsbioloog
J.C. Bloem – gemeentesecretaris
Jan Wolkers – dierenverzorger in een universiteitslaboratorium en tuinman
Nescio – directeur van de Holland-Bombay Trading Company
Hugo Claus – boekillustrator en schilder van landschapjes en gevels
Aagje Deken – had een handeltje in koffie en thee
René Appel - NRC-recensent voor misdaadliteratuur en bijzonder hoogleraar ‘Verwerving en didactiek van het Nederlands als tweede taal’ verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
Neeltje Maria Min - huishoudster
U kunt dit lijstje vast wel uitbreiden met andere schrijvers die een mooie, interessante of misschien wel obscure loopbaan achter de rug hebben.
Bibliothecaresse
Zou er voor welwillende en creatieve bibliothecarissen ook een mooi schrijverschap in het verschiet liggen? Wat zijn de mogelijkheden om in de voetsporen van Annie M.G. Schmidt te treden? Na een baantje als au pair in Hannover was ze immers ook nog bibliothecaresse in Vlissingen en Amsterdam.
Casanova
Annie M.G. Schmidt heeft haar bibliotheekverleden gemeen met schrijvers als Jorge Luis Borges en Giacomo Casanova. Casanova was overigens een echte duizendpoot, die opereerde als soldaat en priester, als violist en loterijdirecteur, en oplichter. In 1785 werd hij zelfs bibliothecaris van graaf Josef Karl Emanuel von Waldstein-Wartenberg op het kasteel Dux in de Bohemen, waar hij zijn ‘memoires’ schreef.
Glamoureus
Mocht u door de economische recessie onverhoopt zonder baan komen te zitten, dan kunt u altijd nog een carrière als schrijver overwegen. Velen zijn u voorgegaan en niet de minsten, zoals de lijst hierboven toont. Bovendien wordt het schrijverschap steeds meer een glamoureuze broodwinning. Uit een Brits onderzoek blijkt namelijk dat de Britten ‘schrijver’ als het beroep zien dat ze verkiezen boven alle andere. Uitgevers kunnen hun borst dus nat maken!

Sanne Terlouw (
In de vakantietijd gaat alles anders, ook in de bibliotheek. De taken verschuiven en zo af en toe komt er iets op je pad dat zich buiten je dagelijkse pakketje bevindt. Zo kreeg ik afgelopen twee weken de ‘aanschaf’ in de schoot geworpen, zodat de continue stroom aan nieuwe boeken en films niet zou opdrogen. Tijdens het doorworstelen van de ruim 300 titels in het informatieve en audiovisuele aanbod kwam ik een film tegen waarbij ik om verschillende redenen even stil wil staan.
Vuurlandse indianen
Regelmatig wordt in dit blog geschreven over het stoffige imago van de bibliotheek. Maar is dit altijd zo geweest? Was dit ook zo aan het begin van de vorige eeuw toen de openbare leeszaal nog ‘modern’ was?
Voor sommige lieden kan het in deze tijden zeer nuttig zijn te weten of ‘t ie op het moment suprême nu beter
Als kind was ik al liefhebber van historische jeugdboeken. Tussen de spannende avonturen door stuitte ik dan op allerlei mysterieuze woorden, die ik nog niet kende. Zo las ik in ‘
Dat het beeldverhaal zich niet alleen beperkt tot strips wist ik wel. De grenzen zijn voortdurend aan het verschuiven. Laatst stuitte ik op het wonderlijke jeugdboek 


