Bieb Blog Vlissingen

Bibliotheekmedewerkers aan het woord

Als we maar open zijn?

Gepubliceerd door Kees Hamann op 31/08/2010

opening-biebInstellingen als openbare bibliotheken streven als vanzelf naar een zo groot mogelijk aantal openingsuren. Je wilt de diensten voor het publiek immers zoveel mogelijk aanbieden: klanten zoveel mogelijk de gelegenheid bieden om van die diensten gebruik te maken.

Hoe kan het dan dat Bibliotheek Vlissingen haar centrale in ‘t Spui van 47,5 uur per week terugdraait naar 37 uur openstelling?

Daar ligt een lange en diepgaande discussie aan ten grondslag. Zoveel mogelijk open zijn, mag namelijk geen doel op zich zijn, zo luidde de eindconclusie. Veel open zijn is prima, maar dan ook hele goede diensten bieden, is nog beter. Het gaat dus niet alleen om de openingsuren, maar ook om wat we te bieden hebben tijdens die openstelling.

Innovatie
De afgelopen jaren is binnen de bibliotheek hard gewerkt om de ontwikkelingen om ons heen, van digitalisering van de informatie tot veranderend consumentengedrag toe, goed te kunnen bijbenen en de bibliotheek daarin te laten meegroeien. Leenden we tien jaar terug feitelijk alleen maar boeken uit, nu ligt dat heel anders.
In 1999 kwam 98% van alle bibliotheekbezoekers boeken lenen; nu is dat ‘nog maar’ 76%. Steeds meer mensen benutten de bieb voor andere zaken, zoals informatie opzoeken, internetten of de krant lezen. Steeds  meer mensen bezoeken via digitale weg de bieb. Dat virtuele bezoek ligt nu al vier keer hoger dan de fysieke bezoekersaantallen

Aanpassen
Terwijl uitleenaantallen in ‘t Spui dalen, terwijl ze elders (virtueel of op de schoolmediatheken) hard stijgen, blijft ‘t Spui toch veel personeel vragen om dat op verantwoorde wijze open te kunnen houden. Veel open zijn staat dus het werken aan kwaliteit op scholen of aan digitale diensten in de weg. Omdat de kwaliteit van ons werk ons lief is en wij beslist willen meegroeien met de roep om meer digitale diensten, passen we per 6 september de openingstijden aan door op maandagavond, dinsdag- en donderdagochtend te sluiten en de hele werkweek om half zes de deuren dicht te doen.

De positieve effecten hiervan op de aard van de diensten zullen u hopelijk de komende maanden opvallen. En…. digitaal zijn wij u zeven dagen per week 24 uur van dienst.

Historisch hoogstandje

Gepubliceerd door Kees Hamann op 18/08/2010

Kunt u ook zo genieten van een goed onderbouwde historische roman? Dan heb ik een absolute aanrader voor u: David Mitchell’s De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. Deze Engelse auteur belicht een wel heel bijzondere periode van onze vaderlandse geschiedenis.

Terwijl Britse en Russische soldaten eerst via Noord-Holland en later via Walcheren Napoleon uit de Bataafse Republiek proberen te verjagen, volgen we een Zeeuw aan de andere kant van de wereld. Het is Jacob de Zoet, die in 1799 in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie naar Japan reist, in de hoop binnen een jaar als rijk man te kunnen terugkeren. Zo hoopt deze jonge griffier uit Domburg alsnog in aanmerking te komen om zijn Rotterdamse geliefde Anna te mogen trouwen.
Overigens is de vermelding Domburg in deze roman één van de weinige connecties met Zeeland, dus dat moet niet uw drijfveer zijn om de roman op te pakken.

In de ban van Japan
De Zoet belandt in de verste VOC-post Deshima in Japan. Deze handelspost is dan al bijna 200 jaar voor dit land het enige contactpunt met de rest van de wereld: een exclusief recht voor de Hollanders, die op een merkwaardige manier respect kunnen tonen voor de Japanse cultuur en als zodanig geen bedreiging lijken te vormen. De roman geeft een prachtig inzicht in de wijze waarop de Japanners zich door strikte regelgeving proberen te isoleren van Westerse invloeden. Maar desondanks raakt Jacob de Zoet in de ban van een Japanse vroedvrouw.

De Zoet heeft als boekhouder de opdracht meegekregen om de corruptie op de handelspost te onderzoeken en dat bezorgt hem natuurlijk onmiddellijk vijanden. Als hij uiteindelijk succes weet te boeken keert alles zich tegen hem.

Literaire verdichting
De naam Jacob de Zoet zult u niet aantreffen in de verslagen van de VOC; hij is een literaire verdichting van verschillende figuren. Zo werkte Hendrik Doeff als geleerde in Deshima in dezelfde periode en met veel overeenkomstige belevenissen als ‘onze’ Jacob. Doeff werkte als assistent van Willem Wardenaar en volgde hem op als ‘opperhoofd’ van de handelspost. Hij moest het hoofd bieden aan diverse pogingen van de Britten om gelijktijdig met de strijd op het Europese continent in de Oost lucratieve koloniën te verzamelen. Het afweren van de aanval van het Britse schip ‘Phaeton’ is ook in de roman een essentiële gebeurtenis.

Mitchell’s roman verscheen oorspronkelijk onder de titel The Thousand Summers of Jacob de Zoet en ontving bijna onmiddellijk de nominatie voor de Man-Booker prijs 2010, waarvan de winnaar op 7 september wordt bekend gemaakt.
Het is een prachtige roman, die een fascinerend beeld geeft van de Japanse cultuur, spannend, onthutsend en soms romantisch. Wat wilt u nog meer deze zomer?

Ik ben sprakeloos!

Gepubliceerd door Kees Hamann op 02/08/2010

bekende-nederlandersAchtentwintig bekende Nederlanders deden deze maand een indringend beroep op de informateurs van het nieuwe kabinet om serieus werk te maken van het probleem van de laaggeletterdheid. Anderhalf miljoen Nederlanders kunnen namelijk onvoldoende of helemaal niet lezen en schrijven.

In een paginagrote oproep aan het kabinet-in-wording verklaren de BN-ers dat zij sprakeloos zijn over het feit dat één miljoen mensen geboren en getogen in Nederland, een half miljoen die als immigranten kort of lang geleden hiernaartoe zijn gekomen én ook een schrikbarend groot aantal kinderen kampt met een te grote leesachterstand om mee te kunnen komen op school.

Per jaar verlaten ruim 40.000 kinderen de basisschool met een leesachterstand van twee jaar. De in het Forum van A tot Z verenigde prominente Nederlanders roepen het kabinet op vóór 2014 het aantal laaggeletterden te doen halveren. En daar ben ik op mijn beurt weer sprakeloos van!

Hartverwarmend
Het is natuurlijk fantastisch te vernemen dat zo’n schare prominenten begaan is met dit ingrijpende maatschappelijke probleem. Zij weten als geen ander, zo verzekeren zij ons, hoe belangrijk een goede beheersing van lees- en schrijfvaardigheden is om mee te kunnen doen in de samenleving. Maar ik sta ervan versteld dat zij serieus menen dat dit probleem in één kabinetsperiode te halveren is.

Natuurlijk, het ware te wensen dat…. Maar word je dan nog serieus genomen? En dat dit serieus genomen moet worden, staat als een paal boven water. Waarom dan zo sceptisch?

Onderzoek
Bibliotheek Vlissingen is een aantal jaren geleden intensief betrokken geweest bij onderzoek naar laaggeletterdheid en de aanpak daarvan in de regio Overijssel. Daarbij kwamen onze onderzoekers in contact met organisaties die soms al tien jaar intensief met laaggeletterden in contact waren om hen te helpen de leesachterstand weg te werken. Met de grootst mogelijke moeite was 5% van de beoogde doelgroep bereikt en lang niet iedereen had de cursussen met succes doorlopen.
Wellicht zou de aanpak verbeterd kunnen worden en misschien kunnen er ruime budgetten beschikbaar komen, maar het resultaat tien maal overtreffen lijkt me een sprookje. Het probleem is veel te ingrijpend, de doelgroep verbergt dit tekort en wil vaak niet geholpen worden, bijvoorbeeld uit schaamte of omdat men ‘zich wel weet te redden.’

prinses-laurentienConstructief
Ik wil deze oproep natuurlijk niet de grond in boren, want dit initiatief van Stichting Lezen, die beschermvrouwe Prinses Laurentien terecht de noodklok liet luiden, wijst ook op de grote groep scholieren, die met onvoldoende kwaliteiten van school gaat. Bijna de helft van de schoolverlaters basisonderwijs haalt voor de laatste Cito-toets geen voldoende voor begrijpend lezen. Technisch lezen gaat dan wel, maar iets met het gelezene doen niet.

Bibliotheek Vlissingen is doende op alle basisscholen van Vlissingen een mediatheek in te richten om het onderwijs te helpen hieraan iets te doen. Over vijf jaar moeten er geen ongeletterde kinderen meer van school gaan, dan daalt het aantal laaggeletterden in ons land binnen tien jaar met een derde!

Dat klinkt niet zo stoer, maar is wel realistisch als alle bibliotheken in staat gesteld zouden worden steun aan het onderwijs te geven. Door de bezuinigingen dreigt echter het omgekeerde. Misschien kropen wel om die reden al die BN-ers in de pen?

Over tot de orde van de dag?

Gepubliceerd door Kees Hamann op 14/07/2010

Paul KrugerMet het voetbal achter de rug dreigt het gevaar dat we ook Zuid-Afrika de rug toekeren: opgelucht dat ze de wereldkampioenschappen goed georganiseerd hebben. Om dat te voorkomen kan ik u een bijzonder boek aanbevelen: Een regenboog in de nacht van Dominique Lapierre. Deze Franse journalist schreef een zeer goed leesbare geschiedenis van Zuid-Afrika, die iedereen gelezen zou moeten hebben.

Natuurlijk denken we allemaal de geschiedenis van Zuid-Afrika te kennen. Apartheid zit daarbij in ons collectieve geheugen gegrift. Lapierre zet echter alles nog eens begrijpelijk op een rijtje, waardoor we beseffen dat de dramatiek van vier eeuwen blanke bemoeizucht met dit zuidelijkste puntje van Afrika aangrijpend is. Na dit boek fietst u niet meer onbevangen door de Paul Krugerstraat.

Het beloofde volk
Lapierre begint bij de komst van de eerste blanken in zuidelijk Afrika, waar Van Riebeeck in 1652 een fouragepost moet opzetten voor passerende schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij schetst het beeld van de Hollanders uit die tijd, zwaar in de verdrukking na decennia van oorlog en vervolging door de Spanjaarden en door hun reformatorisch geloof ervan overtuigd een bevoorrecht volk te zijn.
Voor de eerste pionier is de komst naar Afrika dan ook een verbeten zoektocht naar het Beloofde Land, het land waarop zij recht hebben uit hoofde van hun superieure status boven de niet-bevoorrechten. Lapierre verklaart op overtuigende wijze hoe dit gevoel van superioriteit de kiem vormt van het latere Apartheidsregime.

Aanvankelijk zijn het boeren, die voor de VOC werken, maar al snel trekken ze het continent in, steeds weer stuitend op problemen, eerst met oorspronkelijke bewoners, maar al snel met Britten, die hun oog op dit strategische landsdeel hebben gevestigd.

Vlot leesbare geschiedschrijving
Er ontstaat een reeks oorlogen die heftiger wordt, naarmate diamant- en goudvondsten een rol gaan spelen. Paul Kruger werpt zich op als aanvoerder van de Afrikaner, de blanke nakomelingen van de Hollanders en tal van verschillende vluchtelingen (zoals Hugenoten). Hij vestigt een regime dat bewust en expliciet een scheiding aanbrengt tussen blank en zwart: een beginsel dat later door leiders als Hendrik Verwoerd en John Vorster in de meest rigide vormen wordt uitgedacht en in praktijk gebracht. De zeer vlot leesbare geschiedschrijving eindigt bij, hoe kan het ook anders, het presidentschap van Nelson Mandela.

Zuid-Afrika stond een maand in het middelpunt van de belangstelling. Daarom is het goed ons meer bewust te zijn van haar bewogen geschiedenis en de rol die ‘ons Nederlanders’ daarin gespeeld hebben. Op het internet is veel te vinden op dit gebied, maar dit boek is daarop een heldere aanvulling. Het dagelijks cultureel-educatieve programma De Avonden van de VPRO besteedde bij monde van Maurice Woestenburg op 12 juni gelukkig ook al aandacht aan dit aangrijpende relaas. Lezen dus!

Elk voordeel heb zijn nadeel

Gepubliceerd door Kees Hamann op 06/07/2010

rivierenMijn meester van de vijfde klas, die ze tegenwoordig groep zeven noemen, had behoorlijk veel moeite met de uitleg van het meanderen van rivieren. Het is dat het drie jaar later op de middelbare school nog eens uitgelegd werd, anders was het niet blijven hangen. Het slingeren van de loop van het water is nog wel te begrijpen, maar wat dit in de loop der eeuwen voor de ontwikkeling van het landschap betekent, is nauwelijks voor te stellen.

Tenminste, dat was het voor een elfjarig jongetje dat in een havenstad woonde. Misschien dat Limburgers aan de Geul er heel wat minder moeite mee hadden.

Multimedia
Dat ik er later meer van snapte, kwam onder andere door een afbeelding, die de docent bij zijn verhaal benutte. Onlangs zag ik op een basisschool een mooie methode Aardrijkskunde, waarin het meanderen nog meer beeldend uitgelegd werd. De docent vertelde dat de uitgever er ook materiaal voor het digibord bij levert, waardoor kinderen zelfstandig aan het werk kunnen.

Daar waar een onderwijzer in de jaren ‘60 twee lessen voor nodig had, leren kinderen op deze manier binnen veertig minuten zelfstandig twee keer zoveel. Er is nog een methodeboek bij nodig, maar de website en het digitale lesmateriaal en dito werkschrift dragen sterk bij aan die effectiviteit. Veel kinderen leren immers gemakkelijker als zij iets zien of horen, dan dat zij het moeten lezen.

De kwaliteit van educatief lesmateriaal draagt dan ook sterk bij aan de mate van succes van het leerproces. En onder kwaliteit wordt hier dan ook verstaan: de mate waarin rekening gehouden wordt met de favoriete leerstijl van de leerling. Niet iedereen is weg van boeken. Niet iedereen leert het best door iets te leren of aan te horen. Juist de combinatie van die stijlen draagt vaak bij tot succes. Eenvoudige conclusies, die voor bibliotheken echter nog niet direct leiden tot nieuwe acties.

Steun van de bieb
Wat zouden we graag kinderen op multimediale wijze willen ondersteunen bij hun leren! Om daaraan een bijdrage te kunnen leveren wachten wij op een regisserend startsein van de bibliotheekbranche. Bibliotheek Vlissingen ontwikkelde namelijk op proef digitale lespakketten om een alternatief te kunnen bieden voor de commerciële methoden van educatieve uitgeverijen. Zo helpen wij leerkrachten aan foto- en filmmateriaal, teksten en relevante websites om hun lessen aantrekkelijker te maken en zelfstandig werken te ondersteunen.

Alternatief voor commercie
Het commerciële educatieve materiaal is namelijk erg kostbaar en wordt daardoor veelal te lang gebruikt op scholen, waardoor men met verouderd materiaal werkt. Zelfs materiaal van publieke educatieve producenten als Teleac en NOT is moeizaam verkrijgbaar en dus slecht leverbaar. Beperkingen rond auteursrecht dragen ertoe bij dat vele waardevolle producties door de meeste kinderen nooit gezien worden. En dat leerkrachten het niet kunnen benutten bij hun lessen, omdat het een mijl op zeven is om aan het materiaal te kunnen komen.
Je moet goed de weg kennen op bijvoorbeeld Kennisnet of Teleblik en doeltreffend in bestanden kunnen zoeken. Als dat te veel moeite kost neme men al snel een enigszins knullig filmpje van YouTube. Uit recent onderzoek van de bibliotheek blijkt dan ook dat men deze mogelijkheden weinig benut.

Als bibliothecaris ben ik reuze enthousiast over boeken, maar voor veel leerstijlen en soorten onderwerpen hebben ze grote beperkingen. En daarom zei Johan Cruijff al lang gelden: ‘Ieder voordeel heb zijn nadeel’.

Een uitdaging voor jou?!

Gepubliceerd door Kees Hamann op 17/06/2010

librarianWerken in een bibliotheek, dat lijkt voor velen als jezelf opbergen in een stoffig en donker hol. Het beroep van bibliothecaris doet mensen denken aan vervlogen tijden, waarin boeken dé enige vorm van kennisoverdracht waren. Wie wordt er tegenwoordig nog bibliothecaris? Bijna niemand! En dat is onbegrijpelijk.

Want bibliotheken verkeren in een hele belangrijke ontwikkelingsfase. Jong bloed in organisaties is daarom ook van groot belang. Nieuwe media worden geïntroduceerd en websites, blogs en tweets spelen tegenwoordig een grotere rol in kennis- en informatieoverdracht dan boeken. Daarom is werken in een bibliotheek alles behalve duf en saai. Bibliotheken zoeken medewerkers met uiteenlopende vakkennis, van commerciële economie en communicatie tot marketing en techniek. Maar het vakmanschap van bibliothecarissen blijft onontbeerlijk.

Vakkennis?
Wat houdt die professie dan precies in? Velen kijken vreemd op wanneer je zegt dat je een Hbo-opleiding bibliothecaris hebt gevolgd. Leer je dan lezen? Of leer je dan het alfabet?
De vakkennis, van wat tegenwoordig een informatie- en documentatiemanager wordt genoemd, betreft het vermogen enorme verzamelingen informatie op te bouwen, te ordenen, deze toegankelijk te maken voor uiteenlopende publieksgroepen én het gebruik ervan nog te stimuleren ook. Dat kan in bedrijven, in universiteiten en scholen, maar ook voor een algemeen publiek in openbare bibliotheken. Laatstgenoemde instellingen richten zich op kinderen, volwassenen en speciale doelgroepen als ouderen of mensen met een leeshandicap.

Uitstromende bibliothecarissen
Studenten van de opleiding IDM (informatie- en documentatiemanagement) kiezen na het behalen van hun diploma steeds gemakkelijker voor het bedrijfsleven, want dat betaalt over het algemeen beter en de doelgroep is eenduidig en dus gemakkelijker. In openbare bibliotheken stroomt de komende vijf tot tien jaar een zeer groot aantal bibliothecarissen uit, omdat in 1979 het bibliotheekwerk enorm groeide en er toen erg veel nieuwe functionarissen begonnen te werken. Velen gaan de komende jaren van een pensioen genieten.

Interesse voor dit beroep? Oriënteer je dan eens op het internet. Of kom gewoon in Bibliotheek Vlissingen kennismaken met alle ins en outs, want het werk is veel dynamischer dan over het algemeen gedacht wordt. Bel me maar voor een afspraak (0118-422100).

Even time out?

Gepubliceerd door Kees Hamann op 05/06/2010

van-rossum2Bent u de interviews en debatten met de lijsttrekkers op radio en tv al beu? Hebt u even zin in wat anders, maar neemt u de politieke en economische toekomst van ons land wel serieus? Dan heb ik iets voor u.

Maarten van Rossem, Bekende Nederlander tegen wil en dank, schreef dit voorjaar een prachtig essay over de vraag ‘Waarom is de burger boos?’. Van Rossem analyseert op zijn kenmerkende vlotte manier de opkomst van moderne populistische partijen als LPF, PVV en Trots op Nederland en verklaart door de werkwijze van deze partijen de toenemende onvrede en negativiteit, die in Nederland heerst.

Gelukkige zeurkousen?
Van Rossem gaat in snelle stappen door de recente geschiedenis van de Nederlandse populistische politici: Boer Koekoek, Janmaat, Fortuijn (die liever Fortuyn heette) en de hedendaagse Wilders en Verdonk.
Zijn stelling is eenvoudig: doordat de VVD ten tijde van Paars (kabinetten Kok I en II) naar het midden schoof, ontstond heel veel ruimte op rechts. Pim Fortuijn wist beslag te leggen op die ruimte (meer dan 17% van de stemmen!) door onvrede te mobiliseren en te bagatelliseren.
Van Rossem is daar verbaasd over. Hoe zijn in een land, waar zoveel rijkdom heerst en mensen zich in tal van onderzoeken tevreden en gelukkig verklaren, burgers zo gemakkelijk tot zeurkousen om te toveren?

Rampzalige groeiperiode
Dat kan door halve waarheden te verkondigen, dat doen namens ‘het volk’ én zaken groots te overdrijven. Zo sprak Fortuijn over de ‘puinhopen van Paars’ om zich te kunnen afzetten tegenover VVD en PvdA.
Daar waar in heel de Westerse wereld die sensationele groeiperiode in de Nederlandse economie van de jaren ‘90 ten voorbeeld werd gesteld, wist Fortuijn dat weg te zetten als een rampzalige tijd. Vervolgens positioneerde de van oorsprong uit CPN en PvdA komende Fortuijn zich rechtser en rechtser. Hij ging islamieten schetsen als mensen ‘met een achterlijke cultuur’. Om vervolgens zijn collega-politici te verwijten dat hijzelf werd gedemoniseerd .

Politiek theater
Maar overdrijven en jouw positie op rechts innemen is niet voldoende. Je moet daarbij ook het nodige theater brengen. Want op die manier pikt de pers jou als lijsttrekker op. Van Rossem noemt de potsierlijke manier van salueren door Pim Fortuijn (met zijn ‘at your service), beelden die gretig door journaals en nieuwsbulletins werden herhaald en herhaald.

Provocatie en overdrijving
Het samenspel van populistische, theatrale politici en de gretige pers is voor Van Rossem dé reden van de overrompelde opkomst van LPV, TON en PVV. Fortuijn, Verdonk en Wilders zijn volgens Van Rossem namelijk meesters in de verbale provocatie, van de schaamteloze overdrijving, de goed georganiseerde pseudogebeurtenis, die veel belooft maar weinig geeft. En journalisten nemen dat klakkeloos aan en brieven het onbecommentarieerd door, trots op de schommelingen die dat allemaal in de prognoses van de verkiezingsuitslagen veroorzaakt.

Spreekbuizen van het volk
Van Rossem vindt het schandalig dat de populisten voortdurend spreekbuis zeggen te zijn van ‘het volk’, terwijl zij zelf gesloten bewegingen opzetten om als een alleenheerser de politieke boodschap te kunnen vormgeven: systeemvijandige retoriek met maar één doel, onvrede kweken tegen de heersende elite. En dat, zonder een uitvoerbaar alternatief te bieden.

Kortom: niet alleen ‘de burger’, maar ook Maarten van Rossem is boos. Vooral op de journalisten, van wie hij verwacht dat zij nauwkeurig en onsentimenteel analyseren hoe de macht feitelijk werkt, maar in de praktijk klakkeloos vergroten wat her en der geschreeuwd wordt.

Older Posts »