In juni 2009 meldde ik op dit blog de onderzoeksresultaten van de eerste evaluatie van de mediatheken in de Vlissingse basisscholen ’t Mozaïek en De Wissel. Op wat verbeterpuntjes na, kon worden gesproken van een groot succes en het voldoen aan de doelstellingen van deze specifieke mini-filialen.
Vervolgonderzoek
In juli 2010 vond op beide scholen opnieuw een onderzoek plaats onder leerkrachten, kinderen, ouders en mediathecaressen. Hamvraag was hoe de mediatheek zich had ontwikkeld sinds de vorige meting. Per saldo spreken alle leerkrachten van ’t Mozaïek van een verbetering evenals de helft van de onderwijzers van de Wissel; de andere helft merkt geen verschil. Een positief resultaat.
Meerwaarde mediatheek
Alhoewel de meerwaarde van de mediatheek niet los kan worden gezien van de bijdrage van de mediathecaresse, en vice versa, kan worden gezegd dat de schoolbibliotheek een duidelijk positieve invloed heeft op leesgedrag- en attitude van de leerlingen. Zo zegt bijna driekwart het lezen van verhalen leuker te vinden sinds de komst van de mediatheek en 70% ook daadwerkelijk meer te zijn gaan lezen. De ouders van de leerlingen delen grotendeels deze mening. Eenzelfde resultaat geldt ten aanzien van het lezen van boeken om meer te weten te komen over een bepaald onderwerp.
De collectie van de mediatheken scoort op tal van onderwerpen goed, maar moet op bepaalde interessegebieden zeker worden uitgebreid volgens de leerlingen. Leraren en ouders zijn redelijk tot zeer tevreden over de aangeboden media.
Bijdrage mediathecaresse
Het merendeel van de ouders vindt dat de mediathecaresse positief bijdraagt aan het leesgedrag van het kind. Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van de informatievaardigheid. Een mening die eveneens door de onderwijzers wordt gedragen. En de kinderen? Die vinden vooral dat de mediathecaresse goed helpt, veel weet en een persoon is waaraan ze gerust een vraag durven te stellen.
Conclusie: gewoon doorgaan en blijven optimaliseren!

StadsMonitor, de onderzoeksafdeling van Bibliotheek Vlissingen, voert al ruim 10 jaar klantenonderzoeken uit in bibliotheken in heel Nederland. In samenwerking met collega-onderzoekers is zo een landelijke database ontstaan met beoordelingen en meningen van klanten ten aanzien van de bibliotheek.
Internet maakt een snelle ontwikkeling door. Inmiddels zijn we aangekomen bij de tweede versie: Web 2.0, ook wel het interactieve of sociale web genoemd. Kenmerkend zijn de toepassingen waarbij gebruikers onderling verbonden zijn, zelf informatie aanbrengen, met elkaar discussiëren, op elkaar reageren en samen structuur en hiërarchie aanbrengen in informatie. Voorbeelden zijn: blogs, wiki’s, sociale netwerken en digitale leeromgevingen.
In het artikel
‘Het goed functioneren van een organisatie staat of valt met de kwaliteit en inzet van medewerkers’, ‘Personeel vormt een steeds belangrijkere P in
In 2005 opende in Den Haag het eerste 

